Wie dacht dat er in de 17e eeuw niets te lachen viel, kent moppentapper Aernout van Overbeke nog niet. Terwijl de rest bloedserieus bezig was met grachten graven en de Tachtigjarige Oorlog, boekstaafde Aernout de één na de andere historische dijenkletser. Man, wat was dat lachen met die vent.

Aernout werd in 1632 geboren in Leiden, aan het deftige Rapenburg. Binnen de kortste keren stond hij bekend als een eersteklas moppentapper. Zijn specialiteiten waren seksgrappen en platte moppen over poep en pies, vrienden en juristen. Geen grap was te dol voor deze gangmaker.
Maar het was niet alleen moppen tappen wat de klok sloeg. In 1668 werd trad Aernout in dienst van de VOC, waar hij het schopte tot president van de Raad van Indië. Hij maakte af en toe nog wel een grapje op de boot, hoor! Maar hij had ook serieuze zaken aan zijn hoofd. Op de terugweg werd hij bijvoorbeeld admiraal van een retourvloot van vijftien schepen, waarmee hij Engelse oorlogsschepen versloeg.

Zo zag dat er ongeveer uit. Geen kattenpis!
Twee jaar na zijn terugkeer in Nederland, stierf deze 17e-eeuwse Jeroen Smits aan een ziekte die hij waarschijnlijk in de tropen had opgelopen. Een treurige dood voor een man die Nederland grappen, grollen en manhaftigheid schonk. Om hem te eren, hebben we hier een selectie van bijna 2500 moppen. Ha ende ha!
Een die onthalst soude werden, versocht om de galg, omdat hij vreesde qualijck te sullen werden als hij sijn bloet sach.
Een man die veroordeeld was tot onthoofding, zei dat hij liever opgehangen zou worden. Hij kon niet tegen bloed, en was bang dat hij zou flauwvallen.
Een alchymist dediceerde aen den paus een boeckje om gout te maken. Hiervoor vereerde hem de paus een leege beurs om sijn nieuw gout in te steecken.
Een alchemist droeg aan de paus een boek op over het maken van goud. De paus schonk hem daarvoor een lege geldbeurs om zijn nieuwe goud in te stoppen.
